Epilepsie bij de hond

 

Epilepsie: het herhaaldelijk optreden van toevallen.

 

De uiting van een epilepsie aanval

Een epilepsie aanval bij de hond wordt onderverdeeld in verschillende fasen:

  • De prodroma: dit is de periode voor een aanval. U kan als eigenaar afwijkend gedrag opmerken dat sterk kan verschillen van hond tot hond. Enkele voorbeelden:
    • honden die zich gaan verstoppen
    • honden die juist aandacht opzoeken
    • honden die beginnen huilen
    • honden die geagiteerd zijn
       Bij sommige patiënten is deze fase van de aanval echter niet detecteerbaar. Bij anderen is deze fase dan weer duidelijk zichtbaar en vaak kunnen de eigenaars aan de hand van deze gedragingen de aanval voorspellen.
       
  • De aura: dit is het initiële stadium van de aanval. Mogelijke uitingen:
    • ijsberen in de kamer
    • zich op een bepaalde plek beginnen likken
    • continu slikken
    • speekselen
    • braken
    • ….
       
  • De ictale periode: dit is de aanval zelf:
    • omvallen van de hond
    • verlies van bewustzijn
    • spierspasmen – fietsbewegingen met de poten
    • kaken op elkaar zetten
    • speekselen
    • onbewust plassen en stoelgang maken
    •  Deze fase duurt van enkele seconden tot enkele minuten.
       
  • De postictale periode: deze periode volgt de aanval onmiddellijk op en kan enkele seconden tot zelfs enkele uren duren. Mogelijke uitingen:
    • desoriëntatie
    • abnormaal gedrag
    • tijdelijke blindheid
    • moeite hebben met bewegen
    • soms erge dorst en honger hebben
       Tijdens de postictale periode is het aangewezen om steeds goed op te letten. De hond kan zodanig de kluts kwijt zijn dat hij onbedoeld agressief kan uithalen, zelfs naar de eigenaar.
       De postictale fase kan enkele minuten tot zelfs enkele dagen aanhouden.
       


©members.home.nl/porvida/assets/images/epilepsie1.jpg



 

 

Verschillende onderverdelingen in epilepsie

primaire versus secundaire epilepsie : als er geen oorzaak te vinden is voor de epilepsie spreken we van primaire epilepsie. Als er wel een oorzaak aan te duiden is voor de epilepsie dan spreken we van secundaire epilepsie.

  • primaire epilepsie is het meest waarschijnlijke van de 2 indien :
    • Leeftijd van de eerste aanval tussen 6 maanden en 5 jaren
    • Tussen de eerste aanvallen zit er een tijdspanne van meerdere weken of maanden MAAR
    • de frequentie van aanvallen zal geleidelijk aan toenemen
    • Gegeneraliseerde epilepsie (zie verder)
    • Neiging tot clusters (zie verder)
    • Op de duur wordt het patroon van de aanvallen voorspelbaar
    • Het merendeel van de aanvallen komen voor tijdens de morgend, avond of nacht
    • Geen afwijkingen op het algemeen en neurologisch onderzoek
       
  • In alle andere gevallen is secundaire epilepsie meer waarschijnlijk. Om dit te bevestigen is verder onderzoek aangeraden:
    • Bloedname
    • Puncties
    • CT-scan (niet mogelijk in de praktijk maar wij verwijzen u zelf door naar een gespecialiseerde instelling)
    • Liquorpunctie (Via een naald wat vloeistof bekomen uit het ruggenmergkanaal)
    • Mogelijke oorzaken van secundaire epilepsie zijn:
      • Leverproblemen
      • Intoxicaties
      • Te laag suikergehalte
      • Hersentumoren
      • Hersenvliesontsteking 

         

gegeneraliseerde versus partiele epilepsie:

  • gegeneraliseerde epilepsie: de elektrische prikkel gaat zich over de volledige hersenen verspreiden = symmetrisch symptomen
  • partiële epilepsie: hierbij gaat de elektrische prikkel zich maar over een deel van de hersenen verspreiden = asymmetrische symptomen
     

cluster versus status epilepticus:

  • clusters: verschillende dagen veel aanvallen en dan voor lange tijd weer geen aanvallen
  • status epilepticus: het dier blijft continu aanvallen doen zonder dat er tussen de aanvallen een periode is van normaal bewustzijn 


     

Behandeling

Het heeft geen nut om na een eerste aanval (in geval van primaire epilepsie) onmiddellijk een behandeling te starten. Het is wel belangrijk om thuis te monitoren hoeveel aanvallen de hond doet over een bepaalde tijdspanne en afhankelijk hiervan wordt een behandeling ingezet. Een hond die maar enkele keren per jaar een aanval doet is immers geen kandidaat voor een medicamenteuze behandeling. Een hond die echter meerdere malen per maand een aanval doet kan wel een kandidaat zijn voor behandeling.

Het doel van een primaire epilepsie behandeling is niet genezing (dit is helaas niet mogelijk), maar wel om de frequentie van de aanvallen en de ergheid van de aanvallen te verminderen.
De behandeling van secundaire epilepsie zal erop gericht zijn om de onderliggende oorzaak van de epilepsie te behandelen.

De behandeling van epilepsie is medicamenteus. Er wordt een startdosis gegeven die verder aangepast zal worden in de tijd. Er zal ook op gepaste tijdstippen een bloedstaal genomen worden om de concentratie van geneesmiddel in het bloed te bepalen en aan de hand hiervan de dosis medicatie op te voeren of af te bouwen volgens de behoefte van uw dier.

Na een periode van 6 maanden zonder aanvallen kan getracht worden om de medicatie langzaam af te bouwen.

Mogelijke neveneffecten van de medicatie (of deze neveneffecten optreden en in welke mate is sterk afhankelijk van de individuele patiënt):

  • sedatief effect (houdt meestal maar de eerste 3 dagen aan en indien langer wordt de dosis aangepast)
  • meer eetlust
  • meer drinken en plassen
  • en in enkele gevallen wat abnormaal gedrag of atactisch gangwerk.

Een epilepsie patiënt die veel opeenvolgende aanvallen doet wordt opgenomen in de praktijk voor observatie. Er zal een katheder geplaatst worden in de poot zodat we een directe toegang hebben om medicatie toe te dienen.

Een patiënt die in status epilepticus zit (: dit is het geval wanneer de aanvallen heel kort op elkaar volgens en de hond dus tussendoor geen tijd heeft om te recupereren) is een spoedgeval en wordt best onmiddellijk naar de praktijk gebracht.

 

Prognose

De prognose is afhankelijk van volgende zaken:

  • is de epilepsie primair of secundair
  • op welke leeftijd starten de aanvallen
  • de frequentie van aanvallen
  • … 


     

Belangrijk om te weten als eigenaar

  • De hond heeft zelf geen weet van de epilepsie aanval. Probeer niet in te grijpen bij een aanval. Eens de aanval begonnen is, is deze immers niet meer te stoppen.
  • Haal andere honden uit de buurt wanneer de hond een aanval doet.
  • Het geven van medicatie tijdens een aanval is gevaarlijk en kan enkel gedaan worden door de dierenarts (via een rechtstreekse weg naar een bloedvat door middel van een katheder).
  • De medicatie moet strikt gegeven worden. Vergeten van de medicatie of op eigen initiatief de dosis aanpassen kan het ontstaan van aanvallen in de hand werken.
  • In sommige gevallen is er geen goede respons op de medicatie of is de behandeling van de onderliggende oorzaak (in het geval van secundaire epilepsie) niet mogelijk. Dit wordt dan met u besproken.
  • Indien uw hond onder narcose moet gaan voor een ingreep, meld dan ALTIJD aan de dierenarts dat het een epilepsie patiënt is! De verdoving wordt dan aangepast. 

     

Nog vragen? Aarzel dan niet om ons te contacteren.