NIESZIEKTE



 

Wat is niesziekte?

Niesziekte is een virale infectie bij katten die verantwoordelijk is voor aantasting van het ademhalingsstelsel.
De 3 belangrijkste veroorzakende virussen zijn Feline herpes virus, Feline Calicivirus en chlamydia
 
Overdracht.
Het herpesvirus wordt overgedragen door fysiek contact tussen katten. Het virus wordt overgedragen via oculaire, nasale of orale uitscheiding, d.w.z. dat het virus letterlijk wordt uitgeniest van de ene kat op de andere.
Hoe meer katten er op een kleine oppervlakte zitten, des te meer kans op besmetting. Pensions, cattery’s, asielen,..; zijn plaatsen waar niesziekte zich het snelst verspreid. 
Hygiëne in materiaal van katten is ook zeer belangrijk: via snotdruppels op kleding, voederbakken, slaapbedding kan niesziekte ook worden overgedragen.
Het herpesvirus is een virus dat levenslang aanwezig kan blijven in het lichaam. Het wordt zogenaamd ‘latent’. Dit betekent dat uw kat geen symptomen toont maar bij stressperiodes zoals verhuizen, nieuw huisdier, baby op komst,… kan het virus terug op de proppen komen en uw kat terug ziek maken.
 
Symptomen

Deze foto toont typische symptomen van niesziekte:

- verstopte neus
- dichtzittende ogen (conjuctivitis)
- rode oogslijmvliezen
- etterige korstjes rond ogen en neus
- open mond ademen tgv verstopte neus
- Ulceraties op de tong (Calicivirus)
Deze klachten klinken onschuldig maar vergeet niet katten eten met hun neus. Indien een kat niet meer kan ruiken gaat ze geen behoefte hebben aan eten en verliest ze de energie om de veroorzakende virussen te bestijden.
Daarnaast kan er blijvende schade aan de ogen optreden tgv de chronische oogontsteking, dit houdt in dat het katje blind kan worden tgv littekenweefsel op het oog of dat er een oogje moet worden weggenomen om de pijn te verminderen.
 
Preventie
1.       Vaccinatie
De eerste preventie begint bij de vaccinatie van kittens. Op 9 en 12 weken worden kittens gevaccineerd tegen de onderdelen van niesziekte. Bij zeer infectierijke gebieden is het soms aan te raden een eerste vaccinatie op 6 weken toe te voegen, er zijn dan 3 vaccinaties noodzakelijk daar de afweer die de kittens van de moeder meekrijgen bij de geboorte en het drinken van melk op die jonge leeftijd kunnen interfereren met de vaccinatie.
Aan de hand van vaccinatie kan er niet gegarandeerd worden dat uw kat nooit ziek wordt (vergelijk met de vaccins bij de mens). Vaccinatie gebeurt om de afweer van de katten te stimuleren. Hoe vaker ze in contact komen met een kleine hoeveelheid virus hoe sterker hun afweer zal worden.
2.       Bij optredende symptomen is het belangrijk de ogen en neusgaten te reinigen.
Bij sommige patiënten is het noodzakelijk antibiotica bij te geven.
Azitromycine kan gebruikt worden igv Chlamydia. Dosering: eerste 5 dagen (5-10mg/kg, daarna elke derde dag deze dosering.)
3.       L-lysine
L-Lysine is een essentieel aminozuur dat zijn uitwerking heeft op het immuunsysteem, met name op de productie van antilichamen. Uit studies blijkt dat het gebruik van L-lysine als supplement de ernst van de symptomen terug kan dringen en verspreiding van het virus in tijden van stress tegengaat.
 

Extra hygiënemaatregelingen
Indien er verschillende katten aanwezig zijn moeten katten met en zonder symptomen van elkaar gescheiden worden.
Aangezien gezonde katten ook drager kunnen zijn is het moeilijk niesziekte volledig te elimineren.
Objecten die in aanraking komen met de virussen (kattenbak, voederbak,…) moeten 10-15 minuten in een bleekwateroplossing gesopt worden (1 eenheid bleekwater en 32 eenheden water).