Suikerziekte bij de hond



Algemeen:

  • Wat is suikerziekte?:
    Tijdens de vertering in het maagdarmstelsel wordt voedsel afgebroken tot kleine voor het lichaam bruikbare bouwstenen. De koolhydraten of suikers uit de voeding worden afgebroken tot een bouwsteen dat we glucose noemen. Glucose wordt opgenomen vanuit de darm in het bloed. De hoeveelheid glucose in het bloed zal dus iedere keer stijgen na een maaltijd.
    De lichaamscellen hebben glucose nodig als bouwsteen en als brandstof. Ze kunnen glucose echter enkel opnemen wanneer ze daartoe door het hormoon insuline zijn aangezet. Insulineproductie heeft plaats in de alvleesklier (pancreas).
    Wanneer er te weinig insuline is, blijft het glucosegehalte in het bloed te hoog en dan spreken we van suikerziekte.
    Het glucosegehalte in het bloed is dus te hoog en de hoeveelheid glucose in de lichaamscellen is te laag door het gebrek aan insuline.
  • Hoe ontstaat suikerziekte:
    a. Het afweersysteem kan de insulineproducerende cellen van de pancreas vernietigen
    b. Bepaalde medicatie die de pancreas gaat vernietigen
    c. Honden met Cushing ontwikkelen vaak suikerziekte
    d. Teven die op de pil staan hebben een verhoogd risico op suikerziekte
    e. Honden met overgewicht hebben een verhoogd risico op suikerziekte.
  • Niet gesteriliseerde teven hebben een verhoogd risico op suikerziekte.
  • Suikerziekte komt meer voor bij teven dan reuen. 
     

 

Symptomen:

  • meer drinken en meer plassen
  • meer eetlust en toch gewicht verliezen
  • smekken ten gevolge van misselijkheid
  • braken
  • diarree

     

Diagnose:

  • uw verhaal
  • bloedname
  • urine onderzoek 

     

Behandeling:

  • De behandeling bestaat uit verschillende aspecten, namelijk voeding, insuline en een regelmatig leefpatroon.
  • De insuline:



    In het begin zal de insuline dosis gereguleerd moeten worden. U zal dus aan de start van de behandeling regelmatig op controle moeten gaan bij uw dierenarts. Nadat de dosis insuline goed gereguleerd is zullen er langere periodes verstrijken tussen de controles. Bij een controle wordt er een druppel bloed afgenomen om het suikergehalte in het bloed te kunnen bepalen.
    De insuline moet 2 keer per dag worden toegediend op vaste tijdstippen met steeds 12 uur tussen, bijvoorbeeld om 08.00u en om 20.00u.
    De eigenaar zal dus thuis zelf insuline moeten injecteren bij zijn hond.
    U moet de insuline toedienen nadat de hond zijn maaltijd heeft opgegeten. Een hond die niet eet mag slechts 1/3 van de normale insuline dosis krijgen om een te laag suikergehalte te vermijden.
     
  • De voeding:
    De soort voeding en de portie voeding moet steeds hetzelfde zijn en moet steeds op dezelfde tijdstippen gegeven worden.
    Deze voeding is een voeding speciaal gemaakt voor diabetes patiënten.
     
  • Inspanningen:
    De hoeveelheid dagelijkse activiteit moet steeds dezelfde zijn.
     
  • Niet gesteriliseerde teven kunnen best gesteriliseerd worden om de suikerziekte beter te kunnen reguleren.
    Dit omdat de hormonen van de teef de werking van de insuline kunnen tegengaan.

    Indien de behandeling goed aanslaat zullen de klachten van de suikerziekte beduidend moeten afnemen.

     

Belangrijke informatie over de insuline:

  • De insuline moet rechtop staan in de ijskast.
  • Voor gebruik moet de insuline gezwenkt worden (niet geschud).
  • Veterinaire insuline moet worden toegediend door spuitjes die speciaal hiervoor gemaakt zijn. Gebruik dus geen humane spuitjes! 



     

Belangrijkste complicatie bij behandeling: te laag suikergehalte (hypoglycemie):

  • Deze complicatie komt voornamelijk voor wanneer er meer insuline wordt toegediend dan nodig is.
  • Oorzaken hiervoor:
    a. een plotse toename in de dagelijkse activiteit
    b. een vermindering van de hoeveelheid opgenomen voedsel (verminderde eetlust / braken / diarree)
    c. fouten bij het toedienen van insuline
  • Symptomen:
    a. sloom zijn
    b. dronkemansgang
    c. omvallen
    d. fietsen met de pootjes
    e. trillen, rillen
    Indien u deze symptomen opmerkt, dan moet u onmiddellijk een maaltijd geven aan de hond. Als de hond niet meer in staat is om zelf te eten, dan moet u zo snel mogelijk druivensuiker onder de tong leggen. Verwittig ook uw dierenarts van dit voorval. De dierenarts zal u vragen om op controle te komen om te kijken of de dosis insuline niet verlaagd moet worden.

 

Nog vragen? Aarzel dan niet om ons te contacteren.