Heupdysplasie

 

Samenvatting:

  • Heupdysplasie: een (postnatale)ontwikkelingsstoornis van het heupgewricht. Met andere woorden: de honden hebben bij de geboorte normale heupen maar omwille van een verkeerde verhouding tussen belasting van het heupgewricht en spiermassa ter hoogte van het heupgewricht gaat deze aandoening zich ontwikkelen.
  • Bepaalde rassen zijn gepredisponeerd voor heupdysplasie, maar heupdysplasie kan in principe voorkomen bij elk ras.
  • Radiografische controle van de heupen raden wij aan bij risicorassen op 6 maanden. Reeds vanaf 4 maanden kunnen radiografieën genomen worden met de Penn Hip methode.
  • Heupdysplasie is in de meeste gevallen een bilaterale aandoening.
  • Er is een belangrijke graad van erfelijkheid aanwezig. Met andere woorden: honden met heupdysplasie hebben meer kans om pups op de wereld te zetten die ook heupdysplasie ontwikkelen.
     

 

Het heupgewricht:

  • Het heupgewricht bestaat uit een heupkom (het acetabulum) en een heupbol (de kop van het dijbeen of anders de femur genaamd). Omheen dit gewricht zit er een gewrichtskapsel. Het heupgewricht wordt eveneens ondersteund door spieren.
  • Bij een normaal heupgewricht is er een mooie aansluiting tussen de gewrichtskom en de gewrichtskop + de gewrichtskop ligt voldoende diep in de gewrichtskom. Bij een hond met heupdysplasie is deze aansluiting er niet waardoor er een instabiliteit ontstaat ter hoogte van het gewricht. Dit gaat op termijn leiden tot degeneratieve veranderingen (arthrose) aan het  heupgewricht. Door deze degeneratieve veranderingen wordt het probleem erger met verloop van tijd.
     



 

 

Oorzaak:

Heupdysplasie wordt veroorzaakt door verschillende factoren:

1. erfelijkheid

2. omgevingsfactoren tijdens de groeiperiode: heupdysplasie is erfelijk maar de ergheid waarin de aandoening tot uiting komt wordt ook beïnvloed door:

  • overvoederen met als gevolg een te snelle groei
  • overmatige en/of verkeerde belasting (bv: overmatig veel springen, trappenlopen, .. dit in tegenstelling tot de goede eentonige bewegingen zoals: zwemmen, naast de fiets lopen,…)
  • foute voedersamenstelling zoals tafelvoeding of verkeerde voedingssupplementen
     

 

Patiënten met heupdysplasie worden in 2 groepen ondergebracht:

groep 1: honden tussen de 4 en 12 maanden die worden aangeboden met een acute klacht van mankheid. Hun klachten:

  • eventueel pijn
  • variabele graad van manken
  • lopen met gebogen rug en afhangende achterhand
  • moeite bij opstaan
  • eventueel een afwijkende stand van de poten (hielen van de hond worden naar binnen gedraaid)

groep 2: oudere honden die in hun jonge jaren weinig afwijkingen hebben vertoond bij de heupen en die op oudere leeftijd ofwel plots klachten kunnen ontwikkelen, ofwel geleidelijk aan qua gangwerk achteruit kunnen gaan. Hun klachten:

  • eventueel pijn (erger na opstaan en bij inspanningen)
  • variabele graad van manken
  • eigenaars hebben de indruk dat de hond stijf is
     

 

Diagnose:

  • Uw verhaal
  • Uw hond laten wandelen onder inspectie van de dierenarts
  • Een volledig orthopedisch onderzoek (omvat: volledige palpatie en instabiliteittesten)
  • Radiografisch onderzoek


    Dit is een radiografie van een patiënt met heupdysplasie.
     

 

Behandeling:

Chirurgische mogelijkheden van behandeling:

1. Honden minder dan 1 jaar oud met/zonder klachten

1.a. Bekkenkanteling = triple pelvic osteotomie:

Bij deze ingreep wordt het bekken op 3 plaatsen doorgezaagd en vervolgens gekanteld: zo komt de heupkom weer over de heupkop te zitten. Vervolgend wordt alles weer vastgezet door middel van een plaat en schroeven.
De ideale leeftijd voor deze ingreep is tussen de 6 en 12 maand aangezien:

  • de beenderige structuren zich op deze leeftijd nog kunnen remodelleren
  • er op deze jonge leeftijd nog maar weinig arthrotische veranderingen aan het heupgewricht aanwezig zijn
  • de hond nog niet zijn volwassen lichaamsgewicht heeft bereikt

De ingreep kan aan beide kanten worden uitgevoerd met een tussenperiode van 6 - 10 weken.
Na de ingreep zal er een revalidatieperiode nodig zijn van 6 weken waarin gecontroleerde en beperkte beweging centraal staat.
Na deze ingreep kan de hond een normale activiteit aan.

 

2. Honden ouder dan 1 jaar met optredende klachten

2.a. femurkop-en nekexcisie


De ingreep kan aan beide kanten worden uitgevoerd met een tussenperiode van 6 - 10 weken.
Na de ingreep mag de hond snel zijn normale activiteit aanvatten.
De honden vertonen na deze operatie licht afwijkende beweging omwille van de verkorting van het lidmaat.


 

 2.b. Heupprothese

 Een heupprothese kan enkel gezet worden bij volwassen dieren.
Deze operatie is een oplossing voor honden die reeds met erge arthrotische veranderingen aan het heupgewricht kampen.
De ingreep kan beiderzijds worden uitgevoerd met een tussentijd van 8 - 12 weken (vaak is echter een unilaterale heupprothese reeds voldoende bij een hond met bilaterale heupdysplasie om een goede levenskwaliteit te waarborgen).
Na de ingreep zal er een revalidatieperiode nodig zijn van meerdere weken waarin gecontroleerde en beperkte beweging centraal staan.

 

 

Voorwaarden voor de operatiekandidaten:

Honden die kandidaat willen zijn voor operatie moeten aan enkele strenge vereisten voldoen:

  • Er mogen geen neurologische symptomen aanwezig zijn.
  • Elke vorm van infectie (bv: tandproblemen, huidproblemen, anaalzakontsteking, ...) moet eerst behandeld worden. Indien niet kunnen deze infecties erge postoperatieve complicaties geven.
  • Er mogen geen erge andere afwijkingen zijn aan de andere ledematen.

 

Conservatieve behandeling van heupdysplasie (niet ideaal)

  • Bestrijden van overgewicht
  • Ontstekingsremmers
  • voedingssupplementen
  • Beweging: bespreek met uw dierenarts welke soort beweging goed is voor de patiënt.
     

 

Preventie:

Bij de aankoop van een hond die behoort tot één van de grotere rassen is het steeds aangeraden om te kijken naar de heupdysplasie score van zijn ouders. MAAR PAS OP WANT: erfelijkheid is maar (zoals hierboven reeds aangegeven) één van de oorzakelijke factoren. Dit wil zeggen: een hond afkomstig van ouders met een goede heupdysplasie score kan nog steeds in de problemen komen door overvoedering waardoor er een te snelle groei optreedt samengaande met de ontwikkeling van overgewicht. Beiden zijn eveneens belangrijke oorzakelijke factoren in de ontwikkeling van heupdysplasie.

Aangezien heupdysplasie een erfelijke afwijking is wordt ten stelligste afgeraden om te fokken met dieren met heupdysplasie. Aangeraden is dus om enkel te fokken met honden met een goede heupdysplasie score. (Screening).

Risicorassen worden aangeraden op +/- 6 maanden leeftijd orthopedisch en radiografisch te worden gecontroleerd. Dit gebeurt op afspraak en neemt een half uur in beslag. Op 6 maand heb je nog alle mogelijke behandelingen open:

  • Als op 6 maand goede heupen: dan is geen verdere opvolging nodig
  • Als slechte heupen en geen arthrose: dan is het advies een triple pelvic osteotomie
  • Als slechte heupen en wel arthrose: dan is het advies een heupprothese of een femurkop amputatie.
     

  

Nog vragen? Twijfel dan niet om ons te contacteren.