Wat te doen en te onthouden bij een nieuwe pup

Voeding

  • Het is belangrijk om uw pup een puppy voeding te geven. Afhankelijk of u een klein, middelgroot of groot ras heeft gekozen, kan u kiezen voor een puppy voeding mini, medium of large breed.
  • U mag deze voeding geven tot de leeftijd van 1 jaar indien de hond niet zal gesteriliseerd of gecastreerd worden. Indien u de hond laat castreren of steriliseren dan mag na de operatie overgegaan worden op een volwassen light voeder.
  • Het is belangrijk om middelgrote en grote rassen niet te overvoeden aangezien dit kan leiden tot een te snelle groei. Vraag daarom aan de assistenten om de correcte hoeveelheid te berekenen.
  • Kwalitatief goede voeding is belangrijk. Wij raden een premium voeder zoals Hill’s Vet Essentials aan. In de praktijk werken wij met een spaarkaart systeem.
  • Puppy’s krijgen hun dagportie best in 2-3 maaltijden.

Vaccinatie (indien geen VacciCheck)

  • De puppy vaccinaties vinden plaats op 7 weken – 9 weken – 13 weken – 26 weken. Nadien neemt de jaarlijkse vaccinatie over (steeds rond de verjaardag van uw viervoeter) het schema over.
  • De kennelhoestvaccinatie is een apart vaccin en wordt gegeven aan honden die naar de hondenschool gaan, honden die naar een hondenpension gaan, honden die naar hondenshows gaan of honden die veel contact hebben met andere honden.
  • De rabiësvaccinatie zit niet bij de standaardvaccinatie en is verplicht wanneer u met uw hond naar het buitenland gaat. Aangezien de verplichtingen per land kunnen verschillen vraagt u hierover best meer info aan uw dierenarts.

Vaccineren volgens het VacciCheck principe

  • Met behulp van VacciCheck is het mogelijk om een vaccinatieschema op te stellen op maat van uw dier.
  • VacciCheck is een bloedonderzoek waarbij er wordt gecontroleerd of uw hond voldoende antistoffen heeft tegen hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis.
  • Waarom: om de pups zo min mogelijk inentingen te geven door ze op het ideale tijdstip te geven.

Er zijn 2 protocols mogelijk bij pups indien u zou kiezen voor de VacciCheck. Welk protocol gevolgd kan worden is afhankelijk of de pup al gevaccineerd is bij de fokker op 7 weken of bij de fokker getest is met een VacciCheck test op 7 weken.

  1. VacciCheck is op 7 weken bij fokker uitgevoerd: elke 3-4 weken VacciCheck test om te kijken wanneer de maternale antistoffen laag genoeg staan om de enting te geven. Vier weken na de enting moet dan een controle titer bepaald worden om te kijken of de vaccinatie goed is aangeslaan. Voordeel: de pup heeft mogelijks maar één enting nodig gehad tegen hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis (tegen anders 3).
  2. VacciCheck op 11 weken starten indien de pup een enting heeft gehad op 7 weken om de kijken of de maternale antistoffen voldoende laag zijn om de grote enting te geven. Indien twijfel of de antistoffen nog maternaal zijn OF reeds afkomstig zijn van de eerste enting kan het zijn dat 4 weken later nogmaals getest moet worden. Opnieuw zal de enting tegen hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis gegeven worden wanneer de maternale antistoffen verdwenen zijn. Vier weken na de enting moet gekeken worden of de vaccinatie is aangeslaan.

Belangrijk! VacciCheck kan alleen voor hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis. De inenting en booster tegen rattenziekte (en eventueel kennelhoest) zijn nog steeds nodig.

Ontworming

  • De pup moet één keer per maand ontwormd worden tot hij 6 maanden oud is.
  • Nadien is 2 maal per jaar ontwormen voldoende bij honden die weinig contact hebben met andere honden.
  • Honden die veel contact hebben met andere honden worden best 4 maal per jaar ontwormd.
  • Voor puppy’s kan u kiezen tussen een pasta of tabletten.
  • Voor volwassenen raden wij tabletten aan.

Ontvlooiïng en tekenbestrijding

  • Teken zijn in de lente, zomer en herfst actief. Vlooien zijn heel het jaar door actief!
  • Vlooien en teken zijn dragers van andere ziekten! Zeker teken moeten binnen de 24 uur worden verwijderd zodat ze geen ziektes zoals Lyme kunnen overdragen aan uw hond.
  • Bestaande bestrijdingsmiddelen:
    • Spray’s: werken meestal 1 maand. Vooral interessant voor hele kleine kittens, minder praktisch voor grotere dieren. De hond 2 dagen voor en na de toediening niet wassen.
    • Pipetjes of ‘druppeltjes voor in de nek': werken 1 maand. De hond 2 dagen voor en na de toediening niet wassen.
    • Tabletten (bravecto): werken 12 weken. Zeer handig voor dieren met een dikke ondervacht of lang haar.
    • Halsband (seresto): werkt 7 à 8 maanden.
    • Weet u niet wat te kiezen? Vraag raad aan één van onze dierenartsen of assistentes.

Vacht- en tandverzorging

  • Afhankelijk van het ras en het haartype van uw hond, heeft uw hond aangepaste vachtverzorging nodig. Hierbij is het belangrijk dat de vacht van uw hond regelmatig wordt vrij gemaakt van klitten, dode haren en vuil. Sommige rassen dienen in het trimsalon regelmatig geknipt, ontwold of geplukt te worden om de vacht en huid gezond te houden. Weet u niet precies hoe u de vacht van uw hond moet verzorgen, vraag dan advies aan één van onze trimmers.
  • De tanden worden best één maal per dag gepoetst.
  • Het is NU het moment om uw pup te laten wennen aan zijn vacht- en tandverzorgingsroutine: besteed dagelijks tot wekelijks kort wat tijd aan het voorzichtig kammen en beloon uitbundig als uw puppy zich hierbij flink gedraagt. U kan op afspraak éénmalig gratis in ons trimsalon terecht voor puppygewenning en tips.

Beweging

  • Richtlijn in verband met wandelen: 1 minuut per week dat de pup oud is (dus bijvoorbeeld +/- 8 minuten max. 3 à 4x/dag voor een pup van 8 weken oud).
  • Wees voorzichtig met uw puppy. Laat honden ten vroegste vanaf 6 maanden zelfstandig springen en trappenlopen en hou de spelletjes tot dan zeker veilig en niet te bruusk. Grote honden wachten zelfs best nog wat langer. Enkele trapjes nemen, occasioneel lage sprongetjes maken en fijn spelen vóór die leeftijd mag natuurlijk, maar overdrijf er niet in en leer uw hond dit alles rustig te doen.

Zindelijkheid

  • Een pup zindelijk maken vergt tijd en geduld en duurt vaak enkele maanden!
  • Zet uw pup heel regelmatig buiten op de plek waar u wil dat hij of zij vanaf nu de behoeften gaat doen. Een gouden regel is dat wanneer een pup klaar is met een activiteit, hij of zij dan best even wordt uitgelaten: klaar met slapen, klaar met eten, klaar met spelen, klaar met achter u aan lopen… dan moet de pup naar buiten.
  • Blijf lang genoeg buiten. Pups zijn snel afgeleid en denken niet onmiddellijk aan hun volle blaas als ze buiten komen. Geef ze dus voldoende tijd om zich aan te passen en hun behoeften te doen.
  • Heeft de puppy flink buiten gedaan? Beloon uitbundig! Heeft hij of zij een accidentje voor? Straffen heeft geen zin. Bedenk hoe het fout is gegaan en volgende keer gaat het vast beter.

Microchip

  • Pups zijn verplicht gechipt en geregistreerd wanneer u hen bij de fokker gaat afhalen. De pup is dus steeds vergezeld van een Europees paspoort bij afhalen bij de fokker. Indien dit niet is gebeurd kan u dit bij de vaccinatie laten doen. Uw hond laten chippen en registreren is wettelijk verplicht.
  • Uw dierenarts zal bij uw eerste bezoek het chipnummer controleren.
  • Indien uw hond afkomstig is van het buitenland en gechipt is in het buitenland, vraag dan aan de dierenarts om hem in België te laten registreren. Indien dit niet gebeurt, kunnen er problemen ontstaan bij het terugvinden van de eigenaar als uw hond verloren loopt.

Sterilisatie/castratie

  • Sterilisatie en castratie kunnen vanaf 6 maanden.
  • Indien u niet met de teef wenst te fokken raden wij aan om op zes maanden te steriliseren.
  • Voordelen van sterilisatie:
    • Loopsheden zullen niet meer optreden.
    • Bij sterilisatie voor de eerste loopsheid wordt de kans op melkklierkanker met 200 maal kleiner.
    • Er is geen risico meer op baarmoederontstekingen.
    • Er is geen risico meer op ongewenste dracht.
    • Er is geen risico meer op schijnzwangerschappen.
    • Minder kans op suikerziekte.

Indien u nadenkt over sterilisatie of castratie, vraag dan steeds de infobrochures aan de balie om eerst alles nog eens na te lezen of raadpleeg onze website om daar de infobrochures eerst na te lezen.

Heupdysplasie

  • Bij rassen die risico lopen op heupdysplasie wordt aangeraden om op 6 maand een foto van de heupen te laten maken. Indien er heupdysplasie wordt vastgesteld kan er op deze leeftijd nog behandeld worden.
  • Vraag aan uw dierenarts of uw ras behoort tot één van deze risicorassen.
  • Dit gebeurt steeds op afspraak bij Dierenarts Tom Volkaert. Gelieve de hond nuchter te houden (12 uur geen eten, drinken mag wel).

Gastropexie bij risico rassen

  • Dit is een chirurgische ingreep ter preventie van een maagkanteling. Een maagkanteling is een acuut optredende en levensbedreigend aandoening waarbij de maag eerst gaat zwellen en daarna gaat kantelen.
  • Risicorassen: Duiste Dog, Bloedhond, Ierse Wolfshond, Duitse Herder, Doberman Pincher, Berner- en Zwitserse Sennenhond, Bordeaux Dog, Poedel, Akita, Sint- Bernard, Old English Sheepdog.

Mini rasjes en suikertekort

  • Risicorassen: Mini rasjes zoals de Chihuahua, de Pomeranian, de dwergpincher, de Maltezer, de Shih-tzu en de Yorkshire Terriër kunnen op jonge leeftijd last hebben van een suikertekort. Dit suikertekort zal optreden bij ziekte of bij grote tussenpozen tussen de maaltijden.
  • Het is niet aangeraden om deze honden continu suiker te gaan bijgeven. Het is echter geen slecht idee om druivensuiker of suikerpasta (verkrijgbaar op de praktijk) op zak te hebben. Indien uw pup dan een dipje heeft (niet willen spelen, sufheid) dan kan u wat suiker in zijn mondje doen.

Patella luxatie

  • Dit is het ontwrichten van één of beide knieschijven, waardoor deze tijdelijk of permanent naast de gewrichtsgroeve komen te zitten en de knieën blokkeren en pijn veroorzaken.
  • Vooral honden van kleine rassen hebben een verhoogd risico op patella luxatie. Voor hen is het aangeraden om vanaf een leeftijd van 6 maand de knieën te laten controleren door middel van het bevoelen en manipuleren van de knieschijven. Eventueel dienen radiografische opnamen worden gemaakt om de ernst van de aandoening te kunnen inschatten. Vraag aan uw dierenarts of uw ras behoort tot één van deze risico rassen.
  • Luxatie van de knieschijf is een erfelijke aandoening bij de kleine rassen, het fokken met deze honden wordt dus ten stelligste afgeraden.
  • Controle van de knieschijven gebeurt steeds op afspraak bij Dierenarts Tom Volkaert. Hij geeft bij afwijkende bevindingen een gepast advies.

 

 

Nog vragen? Twijfel dan niet om ons te contacteren.